LANDSCHAP LEZEN

Het is beter een mijl te reizen dan duizend boeken te lezen.  Confucius.

Als we een taal leren lezen dan moeten we de letters, woorden en de grammatica leren begrijpen en eigen maken.

Bij landschap lezen gaat het erom alle elementen in het landschap te leren herkennen,  het lijnenpatroon van sloten,  de verkaveling, het reliëf, de waterwegen, de bebouwing etc, het landgebruik, de gewassen en flora en fauna.  Door de onderlinge verbanden te herkennen gaat de historie van een landschap langzaam open als een geschiedenisboek. Het gaat dan om de vaardigheid om dat te kunnen en ook om het beleven van het landschap. Je raakt als het ware geworteld in je omgeving. Het is geen ding meer van willekeurige elementen waar je door heen rijdt maar het landschap vertelt je een verhaal waar jezelf in woont. Je raakt als het ware meer geworteld in je woonomgeving en de geschiedenis die het heeft door gemaakt.

Groningen heeft het voordeel dat vele landschapselementen als 2,5 duizend jaar grotendeels onaangeroerd in het landschap aanwezig zijn.

Door het landschap te leren lezen raak je geworteld in het gebied waar je woont, geboren bent of op bezoek bent. Deze vaardigheid kan je vervolgens ook weer toepassen op je eigen omgeving en stad of dorp waar je woont.

Het volgende gedicht geeft  treffend weer wat we beogen met pelgrimeren en wortelen in  Groningen.

GRONINGER HOOGELAND GRUNNEGER HOOGELAAND
Nauw begrensd oneindig land,
klei en gratie hand in hand.
Naauw begrinsd mor open laand,
klaai en groatie haand ien haand.
Hoge hemel, lage grond,
die mij aan uw landschap bond
Hoge luchten, lege grond,
dij mie aan dien landschop bond.
Volle tarwe, sterke wind,
die mij aan uw kluiten bindt.
Volle waait en staarke wiend,
dij mie aan dien kloeten biendt.
Altijd zie ik langs de dijk
Bierum, Roodeschool en Spijk.
Altied zai ik bie ol diek
Baaierm en Roodschoul en Spiek.
Altijd keer ik tot u weer,
Zeerijp, Eenum, Garrelsweer
Altied kom ik bie joe weer,
Zeeriep, Aimm en Garrelsweer
Oude dorpen, oude stijl:
Westeremden, Oldenzijl.
Olle dörpen, olmouds van stiel:
Westeremm en Oldenziel.
Namen uit een lief verleden:
Loppersum, Uithuizermeeden.
Noamen mit povverd en zoepenbrij:
Loppersom en ’t Zaand en Mij.
Starend over dit bedaarde
land laat ik een wensdroom vrij:
Ien dat laand van hoge weerde
bid ik mit mien handen aalbaai:
Geef ons op de nieuwe aarde
duizend bunder nieuwe klei.
Geef ons op Joen nije eerde
doezend bunder nije klaai.
Geef ons daarop, lieve Heer,
Zeerijp, Eenum, Garrelsweer.
Geef ons doar ook, laive Heer,
Zeeriep, Aimm en Garrelsweer.
Geef ons in dat eeuwig heden
een vernieuwd Uithuizermeeden.
Geef ons aiweg, haildaal nij,
’t Zaand en Loppersom en Mij.
Geef ons Roodeschool en Spijk
in de kromming van de dijk.
Geef ons den Roodschoul en Spiek
mooi ien schoel van nije diek.
Geef ook Bierum, Oldenzijl,
Westeremden eeuwig heil.
Geef ook Oldenziel Joen haail
en moak Baaierm aaiweg gaail.
Geef ons door uw trouw verbond
hoge luchten, zware grond.
Geef ons deur Joen traauw verbond
hoge luchten, kloare grond.
En als ik hier dan weer sta,
naast U door de kluiten ga,
En as ik hier den weer stoa,
noast Joe dwaars deur kloeten hin goa,
knijp ik in uw Vaderhand:
dank voor dit oneindig land.
dank ik Joe, want ‘k zai mien wins:
Hogelaand, laand zunder grins.

Hans Werkman

%d bloggers liken dit: